Interface Sony-camera-app

Smartphone-camera’s zijn in 2024 superieur aan spiegelreflexcamera‘s

Ja, dat is nogal een uitspraak, nietwaar? Hij is niet van mij, maar van Terushi Shimizu, de CEO van Sony. De combinatie van grotere beeldsensors en (nog) betere camerasoftware gaat ervoor zorgen dat de kwaliteit van smartphone-foto’s op gelijke hoogte komt met beelden die uit een spiegelreflexcamera komen rollen, zegt Sony. Je zou het af kunnen doen als vette marketing, maar Sony doet serieuze pogingen om de kloof tussen smartphones en fullframe camera’s zo klein mogelijk te maken. Eén van die pogingen is de Xperia Pro-I (met de I van ‘Imaging’), een smartphone met een extra grote sensor en een instelbaar diafragma. Sony stuurde me een reviewexemplaar om deze innovaties te testen.

Wauw, een 1 inch sensor

Een bijzonder wapenfeit van de Xperia Pro-I is de beeldsensor van 1 inch voor de hoofdcamera. Een mijlpaal, want geen enkele andere telefoon heeft zo’n grote sensor aan boord. Om je een idee te geven: een sensor van 1 inch meet ongeveer 13 x 9 millimeter. Dat is best klein als je het vergelijkt met een fullframe camera die een sensor van 36 x 24 millimeter heeft.

Maar de meeste smartphones moeten het doen met een sensor die vele malen kleiner is. Mijn iPhone 12 Pro heeft een sensor van circa 6 x 4 millimeter. Da’s dus niet groter dan een duimnagel. Dan is die 1 inch sensor van Sony dus een enorme vooruitgang: meer dan 4 keer groter dan de sensor in mijn iPhone!

Toch geen 1 inch?

Toch is er iets aan de hand met die 1 inch sensor. Door het compacte ontwerp van de smartphone kan het beeld van de hoofdcamera niet op de volledige sensor worden geprojecteerd. Huh? Nou, laat ik het anders zeggen: in de praktijk benut de Xperia maar iets meer dan de helft van de 1 inch sensor. Dat is nog altijd groter dan wat de gemiddelde smartphone in huis heeft, maar toch zonde dat 40% van de Sony-sensor een beetje zit te niksen in de Xperia Pro-I.

Sony Xperia met 1 inch sensor

Een bijkomend nadeel is dat de sensor niet de volle 20 megapixel resolutie van de sensor kan benutten, maar ‘slechts’ 12 megapixels. Dus nu is de vraag of die grotere sensor niet hetzelfde is als een snelle auto in een drukke stad. En ook: zie je het verschil met een ‘gewone’ smartphone?

Proefjes

Ik heb een aantal testjes gedaan door mijn iPhone 12 Pro en de Xperia Pro-I op dezelfde onderwerpen te richten. En dan natuurlijk alleen met de hoofdcamera, want de ultragroothoek- en telelens hebben geen 1 inch sensor. Hieronder zie je een foto en een deelvergroting die ik met de Sony (links) en iPhone (rechts) heb gemaakt. In de deelvergroting lijkt het beeld van de Pro-I wat scherper. De foto van de iPhone 12 Pro is iets wolliger.

Net als in de review van de Xperia 1 III valt nu ook op dat de Sony aanstuurt op een realistische weergave van kleuren. Eigenlijk sta ik versteld hoe intensief de iPhone 12 Pro de foto’s nabewerkt. De beelden zijn veel geler en verzadigder van kleur dan die uit de Pro-I. Ook valt op dat de HDR-functie van de Sony lang niet zo agressief te werk gaat als de iPhone. Schaduwen blijven hun karakter als ‘schaduw’ houden.

In mijn vorige Sony-review schrok ik van soms wat fletse kleuren van de Xperia, maar nu zijn de rollen omgekeerd. De Pro-I is perfect in balans wat betreft kleurweergave, scherpte en ruisonderdrukking.

Instelbaar diafragma

En er is nog iets speciaals aan de Xperia Pro-I: de hoofdcamera heeft een instelbaar diafragma. Dat is geen nieuwe functie: ook Samsung heeft daarmee geëxperimenteerd bij de Galaxy S9 en s10, maar liet het idee in latere modellen weer schieten.

Met een diafragma regel je twee dingen: de lichtinval op de sensor en de scherptediepte (het gedeelte van de foto dat van voor naar achter scherp wordt afgebeeld). Als je een diafragma verder dichtknijpt, vergroot je de scherptediepte en verminder je de hoeveelheid licht die op de sensor valt. De bijvangst van een kleinere diafragma-opening is dat de lens een iets betere beeldkwaliteit aflevert.

Sensor en scherptediepte

Nu zou je een instelbaar diafragma op een smartphone kunnen zien als een contradictio in termini, ofwel: een onlogische functie. Waarom? Omdat een smartphone door zijn kleine sensor al een enorme scherptediepte heeft en al het licht kan gebruiken dat op de cameralens valt om beeldruis te voorkomen. Dus waarom zou een instelbaar diafragma dan toch zinvol zijn?

Instelbaar diafragma
Het instelbare diafragma van de Xperia Pro-I

Misschien moeten we dan de mogelijke redenering van Sony volgen. De Xperia Pro-I heeft een grotere sensor dan vergelijkbare pro-smartphones. Het effect van een grotere sensor is dat de scherptediepte kleiner wordt. Die redenering klopt niet helemaal, maar voor het gemak houd ik ’m aan: hoe groter de sensor van een camera, hoe kleiner de scherptediepte.

Dat verklaart waarom je met een fullframe spiegelreflex heel goed kunt werken met achtergrondonscherpte en het verklaart ook waarom het op smartphones zo moeilijk is om met een natuurlijke achtergrondonscherpte te werken. Dat laatste is de reden waarom smartphonefabrikanten de portretstand hebben bedacht waarmee je de achtergrondonscherpte via softwaretrucjes toch voor elkaar krijgt.

Het idee achter het variabele diafragma van de Xperia Pro-I zal zijn basis hebben in de wetenschap dat de grotere sensor tot een kleiner scherptedieptebereik leidt. Met de mogelijkheid om het diafragma iets verder dicht te draaien, los je dat probleem op. Althans, als dat verschil merkbaar zou zijn. Want de realiteit is dat de scherptediepte van de Sony vrijwel identiek is aan mijn iPhone 12 Pro…

Toch kan het instelbare diafragma zeker van pas komen in situaties waarbij de scherptediepte erg krap is. Bijvoorbeeld bij close-up-fotografie.

Gebruiksgemak

De bediening van de Xperia Pro-I lijkt als 2 druppels water op de Xperia 1 III van Sony die ik eerder heb gereviewed. Ook deze smartphone heeft een fysieke ontspanknop als prominente Sony-innovatie. Net als bij ‘gewone’ camera’s kun je de ontspanknop half indrukken om scherp te stellen en doordrukken om de opname te maken. Alleen dat al maakt de Pro-I tot een echte camera.

De geribbelde zijkant en de ontspanknop van de Pro-I

Kennelijk heeft Sony mijn vorige review gelezen (😉) want de Pro-I is er qua anti-glibberigheid flink op vooruit gegaan. De randen van de mobiel zijn nu geribbeld waardoor je letterlijk meer grip op het toestel hebt. Ook is er een aansluiting voor een polsbandje en dat zou toch eigenlijk op elke smartphone moeten zitten. Hoeveel gebroken glas zou dat schelen?

Hoe handig die fysieke ontspanknop ook is: het is jammer dat de Sony-camera-app een stuk minder slim is ingericht. De rechterzijde van het scherm is een best wel irritant drukke wirwar van knopjes en schuifjes die je niet continu nodig hebt. Waarom toch deze wat primitieve indeling, vraag je je af. In camera-apps op andere smartphones verdwijnen minder belangrijke functies naar de achtergrond of worden ingewisseld door een selectie van knoppen die op dat moment van toepassing zijn.

Interface Sony-camera-app

Volledige regie

Het sterke punt van de Xperia Pro-I is dat je toegang hebt tot instellingen die je de volledige regie geven over je foto. ISO, sluitertijd, type lichtmeting, type HDR, belichtingscompensatie en dus ook het diafragma. De bediening loopt van een zorgeloze Auto-stand tot een volledige handbediening waar je echt aan de bak moet.

Dus als jij de lens 30 seconden open wilt zetten voor een nachtfoto, of een portretfoto wilt nemen met spotmeting in tegenlicht, dan kan dat gewoon. Je hebt dus geen speciale camera-apps meer nodig om iets te doen wat je standaard camera-app niet voor elkaar krijgt.

Dat de Pro-I zich gedraagt als een systeemcamera heeft dus belangrijke voordelen, maar nadelen zijn er ook. Op mijn iPhone zie je een realistische preview van de foto nog voordat je hem genomen hebt. De Xperia laat gewoon de werkelijkheid zien en doet daar nog een schepje lelijkheid erbovenop, compleet met overstraling van de lucht. What you see is dus not what you get. Behoorlijk ontnuchterend als je anders bent gewend.

Hetzelfde geldt voor de ontbrekende nachtmodus. Sony lijkt zich bewust te distantiëren van deze smartphone-funfactor: als je nachtopnamen wilt maken, dan pak je maar een statief en zet je de sluiter 15 of 30 seconden open. Die nachtmodus hoef je van Sony niet te verwachten. En dat is toch wel gek. Want stel je nu voor dat je op een avond een bijzonder familiemoment wil vastleggen. Dan maakt iemand met – pak ’m beet – een Samsung A52s met nachtstand een betere foto dan jij met je 6 keer zo dure Sony Pro-I. Sterker nog: die Pro-I bakt er geen fluit van.

Prestige-mobiel

Precies, dat is het. Want er moet toch heel wat gebeuren voordat iemand 1689 euro (ja, dat kost-ie) gaat uitgeven aan een smartphone. Het lijkt er meer op dat de Xperia Pro-I een proof of concept is. Het laat zien dat er nog heel veel kansen en mogelijkheden liggen om een smartphone om te toveren tot dé camera waar zelfs verstokte anti-smartphone-fotografen mee voor de dag durven komen. De kloof tussen smartphone en fullframe systeem- of spiegelreflexcamera is nog lang niet gedicht, maar het gat wordt kleiner en kleiner. Een trend om te blijven volgen!

Meer weten over de specificaties van de Pro-I? Lees dan verder bij een van deze winkels.

Lissabon - foto met tegenlicht